Pieter Paul Slikker tijdens algemene beschouwingen: ‘Events, dear boy, events’

Door Pieter Paul Slikker op 16 juni 2020

‘Events, dear boy, events.’

Dat was in 1957 het inmiddels beroemde antwoord van de pas aangetreden eerste minister van het Verenigd Koninkrijk, Harold MacMillan, op de vraag wat er bepalend zou zijn voor zijn regeerperiode.

Het is een oude les: de toekomst wordt vaker bepaald door wat níet voorzien was, dan door datgene wat wél in de planning was opgenomen.

Dat gold ook voor de afgelopen maanden. Vanaf het moment dat de coronapandemie om zich heen greep verdampten positieve economische voorspellingen, politieke plannen  en maatschappelijke ambities. Ze verwerden binnen mum van tijd  tot waardeloos papier.

In het kielzog van neerwaartse statistiek zien we – ook in ’s-Hertogenbosch – duizenden dromen die aan diggelen geslagen worden:

Voor 77 inwoners en hun families betekende corona een einde aan iedere willekeurige toekomstdroom;

Voor duizenden kleine zelfstandigen en werknemers is hun broodwinst hoogst onzeker geworden;

En voor duizenden jongeren, studerend en met een flexbaantje, dreigt het doembeeld van een verloren generatie.

Niet wegpoetsen
Voorzitter, een crisis met een omvang die we eens per generatie aantreffen kunnen we niet even wegpoetsen.

Wat we wél kunnen is met elkaar vaststellen wie het meeste getroffen dreigen te worden.

Wat we wél kunnen is voorspellen welke aanpak de recessie verdiept en de pijn vergroot, en welke aanpak perspectief biedt.

Want hoe schimmig de toekomst ook mag zijn, over een aantal ontwikkelingen zijn economen en sociale wetenschappers het roerend eens:

Economisch weten we dat:

  • Onze publieke en private schulden fors zullen toenemen;
  • Arbeidsintensieve sectoren met relatief laagbetaalde arbeid zoals horeca, toerisme en de detailhandel langdurig hard geraakt worden;
  • De hoos aan faillissementen en oplopende werkloosheid nog voor de boeg ligt.

Op sociaal vlak weten dat:

  • Ontmoeting op een lager pitje staat, waardoor eenzaamheid en depressie op de loer liggen;
  • Het aantal inwoners in armoede en schulden fors zal toenemen;
  • Ons verenigingsleven, culturele leven en sociale leven harde klappen te verduren krijgen;

Aanpak
Voorzitter, daarmee weten we wie er het hardst getroffen worden en we weten ook welke aanpak werkt. De meest vooraanstaande economen van Nederland, bij De Nederlandse Bank, de SER en het SCP zijn het eens over de aanpak van de komende recessie roerend eens: blijf investeren waar dat kan, want bezuinigen in een krimpende economie verdiept de recessie.

Voorzitter, het is met die bril dat de fractie van de Partij van de Arbeid naar de voorliggende plannen kijkt: beschermen we kwetsbaren, treffen we maatregelen die perspectief bieden, leggen we de rekening daar waar de draagkracht het grootst is?

En, voorzitter, dan zien wij een aantal zaken waar wij ons in herkennen, een pijnlijk aantal keuzes die wat ons betreft van tafel zouden moeten én een aantal gemiste kansen.

Grote ambities
Laten we bij het goede nieuws beginnen. De afgelopen periode hebben een aantal grote ambities het licht gezien. We noemen de visie op de Spoorzone, de bouwplannen voor het Zuidwalkwartier en de renovatie van het Loefplein.

Ook de woningbouwambitie heeft onder de aankomende crisis nog niet te lijden gehad. En ook durft men vanaf de collegetafel ambities als Cultuurstad van het Zuiden uit te spreken en lijkt dit najaar de bouw van een nieuw theater eindelijk realiteit te worden. Over dit alles steken wij welgemeend de loftrompet.

Ook een aantal voorstellen om de financiën gezond te houden geniet onze steun. Dat gold al voor de lange- en middellange termijnaanpak van de coronacrisis, maar dat geldt ook voor bezuinigingen als het kritisch kijken naar de uitgaven van de eigen organisatie, het verscherpen van de inkoop en het eerlijker verdelen van de kosten voor bemoeizorg. Net als de spaarzamere inzet van onderhoud en groenbeheer.

Tranen in de ogen
Maar voorzitter, de voorstellen bevatten ook keuzes waarvan de tranen ons bijkans in de ogen schieten….

Ik hoor het een aantal collega’s uit de coalitie zojuist nog zeggen: ‘Toch fijn dat de we de lasten laag kunnen houden in ’s-Hertogenbosch.’

Maar het is maar aan wie je het vraagt…. Want laten we de boel eens langslopen:

  • Ouderen die deelnemen aan bewegen voor senioren gaan 130 euro meer betalen aan eigen bijdragen;
  • Mantelzorgers die voorheen gebruik konden maken van de Huishoudelijke Hulp Toelage zijn voor ondersteuning in het eigen huis straks tientjes per maand meer kwijt;
  • Een contributieverhoging voor jeugdleden van zo’n 25 euro is onvermijdelijk nu sportverenigingen gekort gaan worden;
  • 100 vaak overbelaste ouders van gehandicapte kinderen moeten straks zelf zorg dragen voor vervoer wat gemiddeld 1800 euro per gezin kost;
  • Met het korten van wijk- en dorpsbudgetten en het afknijpen van wijk- en buurtaccommodaties worden minder kapitaalkrachtigen meer en meer zelf verantwoordelijk voor ontmoeting in een tijd dat eenzaamheid op de loer ligt;
  • En de 1000 allerarmste gezinnen van ’s-Hertogenbosch – waar voor het bezoek aan ouders of vrienden, sport of muziekles zo’n 100 euro per jaar beschikbaar was – wordt dat budgetje voor een enigszins menswaardig bestaan vanaf volgend jaar onthouden.

Voorzitter, de lasten blijven niet laag. Voor velen in onze samenleving worden de lasten pijnlijk en nodeloos hoog.

Als we de ergste pijn in de bezuinigingsvoorstellen op een rijtje zetten, halen we hiermee zo’n 700.000 euro op bij hen die het noodlot vaak al het hardste treft. En al die bezuinigingen hebben gemeen dat ze in tijden van sociale onthouding voor precies die kwetsbare inwoners ontmoeting en ontspanning nog eens een klap toebrengen.

Spiegel
Voorzitter, ter overdenking de keuzes die níet gemaakt worden als spiegel. Wat ons betreft waren er pijnlozere bezuinigingen te vinden.

We noemen de tonnen aan citymarketing, waarvan we bijvoorbeeld jaarlijks 50.000 euro besteden aan sponsoring voor Indoor Brabant. Prima in goede tijden, maar als we moeten kiezen of bezoekers van een ruitersportevent of de allerarmsten zelf de broek op moeten houden, zou de keuze snel gemaakt moeten zijn.

Hetzelfde geldt voor een korting op de jaarlijkse vervanging van het wagenpark van 1,6 miljoen of de bestuurlijke samenwerking en lobby, waar 1,5 miljoen voor in de boeken staat. Dat kan met minder toe. Zo had ook de toeristenbelasting  probleemloos een trede hoger gekund en ja, het is goed dat we havengelden en leges op termijn verhogen, maar waarom maken we deze niet kostendekkend? Waarom leggen we toe op het liggeld voor de kapitaalkrachtigen die zich een boot kunnen veroorloven?

Ozb
Voorzitter, en dan het O-woord, uitgesloten van de bezuinigingsdiscussie: de ozb. Gisteren sprak een van de insprekers uit onze stad ware woorden: de gemiddelde waardestijging van een koopwoning in ’s-Hertogenbosch is jaarlijks 25.000 euro. Ondertussen blijven de woonlasten zo’n 200 euro achter bij een gemiddelde stad.

Stel, stel dat het veto over de ozb er níet zou zijn. Stel dat we geen enkele andere bezuiniging zouden inkoppen zoals ik die zojuist noemde, stel dat we die volledige 700.000 euro waarvoor ouderen, armen, mantelzorgers en jeugdige sporters nu in de boeken staan uit een verhoging van de ozb zouden financieren. Wat zou dat dan betekenen?

  • 4 euro per jaar voor huiseigenaren met een woning van 200.000 euro;
  • 8 euro per jaar voor huiseigenaren met een woning van 300.000 euro;
  • 10 euro per jaar voor huiseigenaren met een woning van 400.000 euro.

Ja voorzitter, geachte collega, wat een schokkende cijfers zijn dat toch…

Tientje van Slikker
Ik zal hem zelf maar maken meneer Geers: de fractie van de Partij van de Arbeid pleit inderdaad voor de invoering van een Tientje van Slikker’. Want ja, we vragen liever dubbeltjes per maand van mensen die zich een koopwoning kunnen permitteren dan 100 euro van de allerarmsten  of 25 euro van sportende jongeren. Liever het Tientje van Slikker dan het Honderdje van Hoskam of het Geeltje van Geers zou ik u willen zeggen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. We staan de komende jaren voor een ongekende uitdaging.  En u kent mijn partij als een partner die daar de gezamenlijkheid in wenst op te zoeken, omdat juist in tijden van crisis inwoners moeten kunnen rekenen op een constructieve en, waar mogelijk, eensgezinde aanpak.

Maar ik zou u willen zeggen: dat hangt ook van u als coalitie af. Want read my lips: de Partij van de Arbeid zal nooit en te nimmer en onder geen enkele beding akkoord gaan met een bezuiniging op het budget voor de allerarmsten, terwijl wij weten dat die groep de komende jaren alleen maar groter wordt. Daar staat een streep in het zand.

Bij de algemene beschouwingen van vorig jaar pleitte ik al voor het lef om tegen bedrijven, toeristen en inwoners met een koophuis te zeggen: als wij extra middelen oormerken voor de maatschappelijke noden die we zo pijnlijk zien, mogen we u dan vragen om een paar dubbeltjes per maand?

Voorzitter, de saamhorigheid en gemeenschapszin die ’s-Hertogenbosch aan de dag legde de afgelopen weken heeft mijn partij alleen maar gesterkt in het vertrouwen dat we dat voor elkaar over hebben.

Ik wens ons een wijs debat.

Dank u wel.

Pieter Paul Slikker

Pieter Paul Slikker

Pieter Paul Slikker (‘s-Hertogenbosch, 1980) was in de periode 2014 -2022 raadslid en fractievoorzitter voor de PvdA-Den Bosch. Sinds mei 2022 is hij aan de slag als wethouder wonen, zorg en bestuurlijke vernieuwing. Zijn missie in de Bossche politiek is het terugdringen van de groeiende ongelijkheid: ‘Den Bosch is een prachtige stad, we vieren hier

Meer over Pieter Paul Slikker